Poolse omelet met room
(2 personen)
Er staat een koningin aan de wieg van de Poolse omelet. Hij werd ingevoerd
door de Franse vrouw van Jan II Sobieski (1629-1696), de laatste grote
koning van het Pools-Litouwse Rijk. Elke keer als de koets van Marie
Casimire Louise de la Grange d'Arquien, die vaak met haar man het land
doortrok, stopte bij het huis van een edelman, werden er haastig eieren
gebroken in de keuken. Inderdaad komt er geen omelet voor in oude Poolse
geschriften en in Frankrijk is er pas in 1611 sprake van, waarna daar een
rage ontstond, gezien de grote verzameling hartige en zoete omeletrecepten
uit die tijd.
Voor de vulling:
300 gr zeer verse kastanjechampignons
boter
1 gesnipperde ui
1 eetlepel bloem
2 dl zure room
peper, zout
4 eetlepels gehakt dillegroen
Voor de omelet:
6 eieren
peper, zout
2 eetlepels geraspte Parmezaanse kaas
gesmolten boter
Voor het garnituur:
sla
knoflook
citroensap
olie
zout, suiker
kortgekookte bloemkoolroosjes
Borstel de paddestoelen schoon en snijd ze in plakjes.
Verhit de boter in een koekenpan.
Bak de paddestoelen en de ui op hoog vuur bruinbakken en laat het vocht
verdampen.
Strooi de bloem erover en roer tot het wit is verdwenen.
Voeg al roerend de room toe en laat binden tot een saus.
Roer er peper en zout door en strooi de dille erover.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Klop 2 eieren kort los met wat peper en zout.
Laat een klontje boter op matig vuur rondwalsen in een koekenpan met een
bodem van 15 cm, schenk de eieren erin en bak ze, het struif naar het
midden schuivend, schuddend tot de bovenkant bijna droog is.
Leg de omelet in een ovenschotel en schep de helft van de vulling
erop.
Herhaal dit.
Leg er tenslotte een laatste omeletje bovenop, met de kaas en gesmolten
boter erover.
Zet de schaal middenin de oven onder de grill tot de bovenkant lichtbruin
is.
Geef hierbij de sla bij, aangemaakt in een met knoflook ingewreven
kom..
En een glas Riesling.
Janny de Moor