Pudding met pruimen

Van juli tot september zijn er pruimen uit eigen land. Pruimen kennen meer
variaties dan de meeste vruchten. Bekend zijn de paars-rode Opal pruimen
en de langwerpige rood-gele Victoria pruim. Heel lekker zijn de ronde,
vrij kleine Reine Claude pruimen in rood en groen.
U kunt pruimen op een koele plaats enkele dagen bewaren en in de koelkast
ongeveer een week. Zijn ze nog niet zoet, laat ze dan bij kamertemperatuur
narijpen.

Voor een puddingvorm met een inhoud van 1-11/2 liter:
6 blaadjes witte gelatine
500 gr rijpe pruimen
450 gr magere kwark
75 gr suiker
11/2 dl appelsap of 1 dl appelsap en 1/2 dl Armagnac of Calvados
1 eetlepel citroensap
100 gr geroosterde geschaafde amandelen
2 dl slagroom

Zet een puddingvorm weg met ijskoud water.
Week de blaadjes gelatine in ruim water.
Halveer de pruimen, wip de pitten eruit en snijd de pruimen in parten.
(Zijn de pruimen erg hard, pocheer ze dan in kokend water met citroensap
tot ze net zacht zijn.)
Meng de kwark met de suiker.
Verwarm het appelsap met het citroensap.
Neem de pan van het vuur en los de geweekte, goed uitgeknepen blaadjes
gelatine in de hete vloeistof op.
Meng de pruimen met het kwarkmengsel, de gelatinemassa en 75 gr van de
amandelen en laat de massa lobbig worden.
Klop de slagroom stijf en schep deze luchtig door de lobbige
kwarkmassa.
Doe de puddingmassa over in de lege puddingvorm en laat de massa in de
koelkast opstijven.
Stort de pudding en garneer met gehalveerde of in parten gesneden,
ontpitte pruimen, geroosterde amandelen en blaadjes munt.