Sambal goreng oedang

(4 personen))

Een garnalengerecht met petehbonen. Deze sterk ruikende bonen worden niet
als groente gegeten maar altijd in gerechten verwerkt. Ze zijn te koop bij
de toko of goed gesorteerde supermarkt.
Voor de garnalen kunt u het beste een kleine soort kiezen.

600 gr ongepelde, rauwe garnalen
3 sjalotjes
3 teentjes knoflook
2 rode pepers
2 kemirienoten
2 salambladeren
1 serehstengel
1 stukje laoswortel (2 cm)
1/2 eetlepel gemalen koriander (ketoembar)
1 theelepel trasi
1/2 eetlepel bruine suiker
1 theelepel zout
2 theelepels tamarindepasta
50 gr santen
50 gr diepvries petehbonen
3 eetlepels olie

Pel de garnalen, verwijder de zwarte draad en spoel ze met koud water
af.
Laat ze in een zeef uitlekken.
Hak de sjalotjes en de knoflook fijn, snijd de rode pepers zo klein
mogelijk en stamp de kemirienoten fijn.
Kneus de serehstengel en leg er een knoop in.
Schil de laoswortel en snijd hem in plakjes.
Halveer de petehbonen.
Verhit de olie in een wok en fruit hierin de sjalot en de knoflook
lichtbruin.
Voeg de rode pepers, de kemirienoten, de salambladeren, de serehstengel en
de laos toe en fruit dit even mee.
Doe er dan de koriander, de trasi, de bruine suiker, het zout en de
tamarindepasta bij.
Schep alles nog even goed om, voeg dan de santen met 11/2 dl heet water
toe en laat de santen al roerend oplossen.
Doe de garnalen en de petehbonen erbij, schep even om en laat het gerecht
10-15 minuten zachtjes sudderen. De saus is dan iets ingedikt.
Proef de saus en voeg zo nodig nog wat zout toe.
Verwijder de salambladeren, de serehstengel en de plakjes laos.
Doe het gerecht over op een schaal en serveer het met gekookte witte rijst
en bijvoorbeeld gado-gado, een gerecht van diverse kort gekookte groenten,
geserveerd met partjes ei en een pindasaus.

Tineke Sluijter