Sambal peteh
Als hij nog aan de petehboom hangt, ziet de vrucht er precies zo uit als
een peul. Maar zodra je hem dopt om de bonen eruit te halen, ruik je dat
het niet om peultjes gaat! Stinkbonen worden ze wel genoemd, maar in de
Indonesische keuken is dat geen beletsel om petehbonen veel te gebruiken
in sambals en sajoers. Die combinatie van een lekkere smaak en een niet al
te charmante geur komt wel vaker voor, zoals bij trasi (garnalenpasta) en
de doerian, een grote vrucht die wegens zijn stank bij
luchtvaartmaatschappijen in Azië zelfs op de verboden lijst staat.
Bij veel winkels in Thailand zie je een verbodsbord op de deur met een
doerian en een streep erdoor: hier ben je niet welkom als je een doerian
in je boodschappentas hebt.
Petehbonen zijn te koop bij de toko en ze kunnen in de diepvries worden
bewaard.
100 gr petehbonen
1 flinke ui
4 teentjes knoflook
6 eetlepels sambal oelek
1 dessertlepel tamarindepasta
2 salambladeren
3 citroenbladeren (djeroek poeroet)
stukje laos (2 cm)
1 theelepel trasi (geroosterde garnalenpasta)
1 dessertlepel suiker
1/2 theelepel zout
3 eetlepels olie
Pel de ui en de knoflook, snijd ze in stukken en hak ze in een
keukenmachine of met de hakmolen van een staafmixer fijn.
Hak de petehbonen grof.
Schil het stukje laos en snijd het in 3 plakjes.
Verhit de olie in een wok en fruit de ui en de knoflook hierin glazig.
Voeg de salam- en citroenbladeren toe, doe de laos, de trasi, de suiker en
het zout erbij en bak ze een paar minuten zachtjes mee.
Roer nu de sambal oelek door het kruidenmengsel en vervolgens de
tamarindepasta met 1/2 dl water.
Roer even om en doe er dan de gehakte petehbonen bij.
Zet het vuur laag en laat de sambal peteh nog 10 minuten zachtjes
sudderen.
Zet het vuur uit en laat de sambal afkoelen.
Verwijder de bladeren en de plakjes laos en doe de sambal over in een goed
schoongemaakte pot.
U kunt de sambal, afgedekt, in de koelkast zeker een maand bewaren.
Deze sambal past prima bij een gerecht met garnalen.