Sambal taotjo

Sambal maken is een leuk werkje en er zijn vele variaties mogelijk. Een
bekende uit de Indonesische keuken is sambal taotjo.
Taotjo is een zoute, zwarte bonenpasta en is bij de toko in kleine blikjes
te koop. Maak eens een extra portie om cadeau te geven, in een mooi potje
met een mooi etiket. Zelf gemaakt.
Met het restant van het blikje taotjo kunt u met reepjes kipfilet, ui,
groene paprika en rode peper een roerbakgerecht maken. Veel meer kruiden
zijn niet nodig.
Rawits, ze worden ook wel eens lombok rawits of tjabé rawits
genoemd, zijn scherpe, kleine pepertjes in rood en groen. Hoe kleiner ze
zijn, hoe scherper ze smaken.

2 eetlepels taotjo
1 ui
3 teentjes knoflook
1 rode en 1 groene peper
8 rawits
2 salambladeren
4 citroenbladeren (djeroek poeroet)
1 serehstengel
stukje laos (1 cm)
1 theelepel geroosterde trasi (garnalenpasta)
4 volle eetlepels sambal oelek
1 dessertlepel tamarindepasta
1 dessertlepel ketjap manis
1 dessertlepel suiker
2 eetlepels olie

Hak de ui en de teentjes knoflook in een keukenmachine fijn.
Snijd de pepers in dunne ringetjes.
Verwijder de steeltjes van de rawits.
Schil het stukje laos.
Verhit de olie in een wok en fruit de ui en de knoflook hierin op een niet
te hoog vuur glazig.
Voeg de pepers en de rawits toe, bak ze even mee, doe er dan de
salambladeren, de citroenbladeren, de gekneusde serehstengel, de laos en
de verkruimelde trasi bij en bak alles ± 2 minuten mee.
Voeg de taotjo, de sambal oelek en de tamarindepasta toe en schep alles
goed om.
Voeg 1/2 dl heet water toe en roer goed, om de tamarindepasta te laten
oplossen.
Roer de ketjap manis en de suiker door de sambal en laat het, onder af en
toe roeren, 10 minuten zachtjes sudderen.
Laat de sambal helemaal afkoelen, verwijder dan de salambladeren, de
citroenbladeren, de sereh en het stukje laos uit de sambal taotjo en doe
de sambal over in een goed schoongemaakte pot.
Deze sambal taotjo is in de koelkast zeker een maand te bewaren.