Sperziebonen met garnalen
Thailand is de belangrijkste exporteur van garnalen. Het bijzondere van
garnalen is dat ze op zoveel verschillende manieren te gebruiken zijn. Zo
wordt er in Zuidoost-Azië veel garnalenpasta van gemaakt, zoals trasi
(Indonesië), kapi (Thailand) en blacan (Maleisië).
De kleine garnaaltjes worden vaak gedroogd in gerechten verwerkt. De vele
verschillende soorten worden gekweekt in zoet- en zoutwaterbassins en dat
is een lucratieve handel omdat garnalen al na een maand of vier volgroeid
zijn.
De grootste garnalen, de King prawns, zijn de duurste en worden meestal in
hun pantser gegrild of kort gebakken. De kleinere soorten zijn beter
geschikt voor gerechten als dit, waarbij ze kort worden gekookt in
kokosmelk.
500 gr sperziebonen
500 gr grote garnalen
10 sjalotjes
4 rode pepers
1 theelepel garnalenpasta (trasi)
3 eetlepels pinda's
75 gr santen
1 theelepel zout
1 theelepel suiker
2 eetlepels olie
Maak de sperziebonen schoon en snijd ze doormidden.
Kook de sperziebonen 8 minuten in licht gezouten water.
Spoel ze af en laat uitlekken.
Pel de garnalen, maar laat het staartje zitten.
Snijd de rugzijde in en verwijder de zwarte draad.
Spoel ze onder de koude kraan af en laat ze in een vergiet uitlekken.
Pureer de in stukken gesneden rode pepers en sjalotjes in een
keukenmachine.
Voeg de garnalenpasta toe en laat de machine nog even draaien.
Stamp de pinda's in een vijzel of keukenmachine fijn.
Rasp de santen grof.
Verhit de olie in een wok en fruit het sjalottenmengsel hierin.
Doe de garnalen en de pinda's erbij en schep goed om.
Doe er de sperziebonen, de santen, 3 dl heet water, zout en suiker
bij.
Schep alles goed om en breng aan de kook.
Laat even doorkoken en doe het gerecht dan over op een serveerschaal.
Geef er een schaal gekookte witte rijst bij.
Tineke Sluijter