Spiesjes van biefstuk
(4 personen)
Geen saté van kip of varkensvlees, maar spiesjes van biefstuk. Een
minuut of zes grillen is genoeg, want het vlees moet van binnen nog
rosé zijn.
En deze spiesjes hebben genoeg smaak van zichzelf, zodat een sausje niet
nodig is. Voor de liefhebber kan er een schaaltje sojasaus bij.
500 gr biefstuk
50 gr santen
2 teentjes knoflook
1 rode peper
1 eetlepel citroensap
1 theelepel gemalen komijn (djinten)
1 theelepel gemalen koriander (ketoembar)
2 eetlepels sojasaus
satéprikkers
400 gr sperziebonen
200 gr taugé
1 ui
2 eetlepels sojasaus
versgemalen peper
2 eetlepels olie
Los de santen al roerend in 1 dl kokend water op.
Doe hem in een kom en laat afkoelen.
Snijd de biefstuk in blokjes van 2 x 2 cm.
Hak De knoflookteentjes en de rode peper zo fijn mogelijk.
Maak een marinade van de afgekoelde kokosmelk, de knoflook, de rode peper,
het citroensap, de komijn, de koriander en 2 eetlepels sojasaus.
Schep de stukjes biefstuk hierdoor en laat het vlees afgedekt in de
koelkast minstens 2 uur marineren.
Leg de satéprikkers in een bak koud water (dit voorkomt het
verbranden van de stokjes tijdens het grillen) en rijg het vlees aan de
prikkers.
Maak de sperziebonen schoon, breek ze doormidden en breng ze in een pan
met ruim water aan de kook.
Laat ze 5 minuten koken en spoel ze dan in een vergiet met koud water
af.
Laat ze uitlekken.
Snijd de uUi klein.
Gril het vlees, onder regelmatig keren, ± 6 minuten onder een hete
grill of boven een barbecue.
Verhit de olie in een wok en roerbak de ui lichtbruin.
Voeg de sperziebonen toe en roerbak een paar minuten.
Doe de taugé erbij, schep even om en breng de groenten op smaak met
sojasaus en versgemalen peper.
Schep op 4 borden wat gekookte rijst en leg er een flinke schep
roergebakken groenten bij.
Leg de biefstukspiesen daar bovenop.
Tineke Sluijter