Spinaziesoufflé
Spinazie hoort samen met postelein en raapstelen tot de typische
voorjaarsbladgroenten. Rijk aan ijzer, maar ook aan oxaalzuur, dat
onschadelijk gemaakt kan worden door bij het stoven wat gemalen krijt toe
te voegen of spinazie te eten in combinatie met eieren, zuivel (kaas, room
of yoghurt), of een beetje citroensap.
Bij neiging tot reuma, artritis, nierstenen en leverkwalen is het beter om
geen of weinig spinazie eten. Te veel spinazie bemoeilijkt de opname van
calcium. Er wordt gezegd dat vers spinaziesap iemand uit een
(winter)depressie haalt. Het allergezondste is om jonge spinazie rauw te
eten als sla met een dressing, waardoor het luteïne beter kan worden
opgenomen.
Voor de béchamelsaus (11/2 dl):
15 gr bloem
15 gr boter
11/2 dl melk
zout, peper, nootmuskaat
Voor de soufflé:
350 gr jonge spinazie (of verse zuring, geplukt in een schoon gebied)
50 gr geraspte kaas (Gruyère of andere harde kaas met een redelijk
sterke smaak)
11/2 dl bechamelsaus
zout, zwarte peper
4 grote gesplitste eieren
De saus:
Smelt de boter en voeg al roerend de bloem toe.
Laat deze even gaar worden en blijf roeren.
Schenk de melk erbij en blijf met een garde kloppen tot de saus goed bindt
en dik wordt.
Laat ± 3 minuten zachtjes doorkoken en blijf roeren.
Breng op smaak met zout, peper en eventueel een snufje nootmuskaat.
De soufflé:
Verwarm de oven voor op 190°C.
Was de spinazie goed en kook de spinazie met weinig aanhangend water 2-3
minuten.
Laat goed uitlekken.
Vet een grote souffléschaal of 4 eenpersoonssoufflépotjes
goed in met boter.
Roer de kaas en de béchamelsaus door de spinazie en breng op smaak
met zout en peper.
Klop de eidooiers los en roer ook die door de spinazie met de saus.
Sla de eiwitten stijf en schep ze voorzichtig door de spinaziemassa
heen.
Schep de spinaziemassa in de schaal of potjes en bak de soufflé
35-40 (grote schaal) of 20-25 minuten (potjes) in de oven tot dit
goudbruin is.
Het hart van de soufflé moet vochtig blijven.
Serveer direct.