Tarte á brousse
Voor deze taart zult u waarschijnlijk op pad moeten, want zelfs in het
zuiden van Frankrijk is het zoeken geblazen als je brousse, heel zachte,
verse schapenkaas, wilt hebben. Maar voor een tarte á brousse is
geen moeite me te veel.
125 gr boter
250 gr bloem
mespunt zout
4-5 eetlepels ijskoud water
4 eieren
100 gr suiker
500 gr brousse
2 eetlepels oranjebloesemwater (of naar smaak meer of minder)
1 theelepel geraspte citroenschil
desgewenst wat munt ter garnering
Begin met het maken van het deeg voor de taartbodem.
Snijd de boter met twee messen door de bloem en het zout tot het deeg de
consistentie van broodkruim heeft.
Kneed er dan (één voor één) niet meer
eetlepels ijswater door dan nodig is om een samenhangend, niet klevend
deeg te krijgen.
Werk zo snel mogelijk, veel kneden is niet goed.
Leg het deeg, in aluminiumfolie gewikkeld, een paar uur in de
koelkast.
Rol het dun uit en bekleed er een taartvorm met een doorsnede van 26 cm
mee.
Verwarm de oven voor op 220°C, bak de taartbodem 10 minuten blind (met
steunvulling) en temper de oven tot 180°C.
Klop de eieren los met de suiker en klop er de brousse, het
oranjebloesemwater en de citroenschil door.
Vul de taartbodem hiermee en bak de taart ± een halfuur onder in de
oven.
De vulling blijft lichtgeel, mag in het midden nog een tikje lobbig zijn
en is aan de rand iets gerezen.
Laat hem voor het serveren afkoelen en garneer hem desgewenst met munt.