Thaise oesters
Een feestelijk gerecht dat van tevoren is klaar te maken en lekker pittig
smaakt.
24 oesters
2 teentjes knoflook
stukje gemberwortel (2 cm)
1 dessertlepel Thaise rode currypasta
1 eetlepel bruine suiker
2 eetlepels vissaus
2 citroenbladeren
3 eetlepels limoensap
slabladeren
1 rode peper
een paar takjes koriander
1 eetlepel olie
Open de oesters met een oestermes.
Snijd de oesters los uit de schelp en spoel de diepste helften goed
schoon.
Laat ze omgekeerd goed uitlekken en dep ze daarna droog.
Hak de teentjes knoflook zo fijn mogelijk.
Schil het stukje gemberwortel en rasp het fijn.
Rol de citroenbladeren op en snijd ze in heel dunne reepjes.
Was de slabladeren en slinger ze droog.
Verwijder het steeltje van de rode peper.
Draai de peper tussen uw handen heen en weer, zodat de zaadjes eruit
vallen; zonder zaadjes is de peper wat milder.
Snijd de rode peper in heel dunne ringetjes.
Verhit de olie in een steelpannetje.
Voeg de knoflook, de gemberwortel en de Thaise currypasta toe en roerbak
± 1 minuut.
Voeg de bruine suiker, de vissaus, de citroenbladeren en het limoensap
toe, roer even en schep er dan de oesters door.
Roerbak de oesters 2-3 minuten.
Als u de oesters koud wilt eten, bedek dan een schaal met de slabladeren
en leg de schelphelften hierop.
Schep in iedere schelp een oester met een beetje saus en garneer de
oesters met een ringetje rode peper en een blaadje koriander.
Dek de schaal af met folie en zet ze koel weg.
De oesters kunnen ook warm worden gegeten.
Verwarm hiervoor de oven tot ± 100°C.
Zet de schelpen met een oester en een beetje saus op een rooster en laat
ze in ± 10 minuten warm worden.
Leg ze dan op een schaal met slabladeren en garneer ze met een ringetje
rode peper en een korianderblaadje.