Tomatensoep
(4 personen)
Tomatensoep was ooit een zaterdagse traditie in het Westland.
Schoolkinderen uit de jaren vijftig herinneren zich dat ze hem al bij het
tuinhekje konden ruiken. Meestal met maggiplant. In de zomer zijn tomaten
de helft goedkoper. Hier een recept van Marian Swinkels, vrouw van een
tomatenteler in het Westland.
Voor de puree:
2 kg rijpe tomaten
Voor de soep:
25 gr boter
1 gesnipperde ui
1 gesnipperde prei
25 gr bloem
1/2 liter zelfgemaakte pittige runderbouillon (of anders water met een
bouillonblokje)
1 laurierblad
11/2 dl melk
200 gr rundertartaar
peper, zout
basilicum, bieslook, peterselie, selderij
een scheutje ketjap
1 theelepel bruine suiker
een scheutje slagroom
Was de tomaten met de uitgepitte kroontjes, halveer ze en kook ze 10
minuten in een grote pan.
Draai ze door een roerzeef en laat ze, onder af en toe roeren zachtjes tot
1 liter inkoken.
Het wordt al een goede soep met de in 6 dl bouillon gekookte
tartaarballetjes, fijngesneden prei en maggiplant.
Smelt de boter in de soeppan en fruit de ui en de prei op laag vuur zacht
en glazig.
Strooi de bloem erover en roer tot er geen wit meer te zien is.
Schenk er bij beetjes en al roerend de warme bouillon bij tot een gladde
saus ontstaat.
Voeg de melk en de 'tomatenpuree' met de laurier toe en breng dit alles
roerend aan de kook.
Laat de balletjes van tartaar met peper en zout in de soep garen.
Bestrooi met fijngehakt groen en kook de soep nog heel even door.
Maak de soep tenslotte af met een scheutje ketjap, de bruine suiker, zout
en een scheutje slagroom.