Veggi-sushi

(35 stuks)

250 gr sushirijst
2 vellen nori (zeewier)
5 dl water
3 eetlepels rijstazijn
1 eetlepel suiker
zout
125 gr kastanjechampignons
1 eetlepel zonnebloemolie
100 gr groene asperges (beetgaar)
150 gr zachte roomkaas
1 theelepel geraspte gemberwortel

Was de rijst in een zeef tot het water helder blijft en laat goed
uitlekken.
Kook de rijst op laag vuur ± 30 minuten tot het water zo ver is
verdampt, dat er putjes in de rijst komen.
Laat 10 minuten nagaren.
Breng de rijstazijn met de suiker en zout al roerend aan de kook tot de
suiker is opgelost.
Doe de rijst in een ruime schaal en schep het warme azijnmengsel er
voorzichtig door.
Wapper met een stuk karton of met een waaier over het mengsel, zodat de
vloeistof zo snel mogelijk verdampt.
Bedek de rijst met een vochtige doek en laat hem ± 15 minuten
rusten.
Maak de champignons schoon, snijd ze in achten en bak ze snel om en om in
de hete olie tot het vocht is verdampt.
Dep ze met keukenpapier droog en laat ze afkoelen.
Leg een vel nori op het werkvlak, verdeel de helft van de gare sushirijst
± 1 cm dik over de nori en strijk de rijst glad.
Verdeel de goed uitgelekte asperges (± 7 stuks nodig) over de
rijst, laat steeds een tussenruimte van 1 cm.
Roer de zachte roomkaas uit met de gember en doe de massa over in een
spuitzak.
Spuit de roomkaas tussen de asperges en verdeel de champignons erover.
Dek af met de rest van de rijst en het tweede vel nori en druk de massa
voorzichtig plat.
Zet, afgedekt met vershoudfolie, 60 minuten koud weg.
Snijd met een scherp mes, liefst elektrisch, sushi van 3 x 3 cm.
Geef er Japanse sojasaus en wasabi bij.