Vietnamese garnalenloempiaatjes

(4 personen)

Rijstpapier is te koop in de toko: als kleine en grote rondjes, maar ook
in driehoekjes. Let er bij het kopen op dat ze nog heel zijn. Ze zijn erg
kwetsbaar en ook het vervoer naar huis moet voorzichtig gebeuren.
Rijstpapier is gemaakt van vermalen gekookte rijst, die heel dun wordt
uitgerold en op bamboematten in de zon wordt gedroogd. Natgemaakt wordt
het iets transparanter en gemakkelijk te vouwen.

20 vellen rijstpapier (driehoekjes)
20 middelgrote garnalen
3 voorjaarsuitjes
1 theelepel versgemalen peper
olie om te frituren

Voor de dipsaus:
1 rode peper
2 teentjes knoflook
1 eetlepel rijstazijn
4 eetlepels limoensap
6 eetlepels vissaus
75 gr suiker

Maak eerst het dipsausje.
Hak de rode peper en de teentjes knoflook zo fijn mogelijk.
Doe ze in een kom en voeg er de rijstazijn, het limoensap, de vissaus, de
suiker en 3 dl heet water aan toe.
Roer goed tot de suiker is opgelost.
Proef de saus en voeg zo nodig nog wat vissaus of limoensap toe.
Zet het sausje apart.
Pel de garnalen, verwijder de zwarte draad, spoel ze onder de koude kraan
af en dep ze met keukenpapier droog.
Snijd de garnalen een beetje in om te voorkomen dat ze krom trekken.
Maal de peper over de garnalen.
Halveer de voorjaarsuitjes in de lengte en snijd ze dan in stukken van 5
cm.
Houd de rijstvellen één voor één even onder de
kraan en leg ze op een werkblad.
Leg op ieder vel een garnaal en wat voorjaarsui, vouw de lange kant over
de garnaal en vouw daarna de punten eroverheen.
Rol het pakketje stevig op en leg het apart.
Maak zo alle loempiaatjes.
Breng de olie op ± 175°C en bak de garnalenloempiaatjes in 5-6
minuten goudbruin.
Keer ze halverwege.
Frituur ze niet te heet, want dan gaat het rijstpapier barsten.
Serveer de loempiatjes warm met het dipsausje.

Tineke Sluijter