Vin de basilic
Valos, een gehucht in de Cevennen, heeft sinds kort twéé
vaste bewoners. Eén van hen, Serge, fokt, teelt en kweekt
biologisch en drijft in de zomer een restaurant waar je eet wat de pot
schaft. De ingrediënten komen voor het grootste deel van eigen grond
en van de boerderij van de buurman. We zijn er al een paar keer geweest.
Een fluweliger soupe d'ortie (brandnetelsoep) heb ik nooit gegeten en de
malse kip in het pannetje had zolang op de berg rondgescharreld dat je er
met zes personen ruimschoots van kon eten. Smakelijke, min of meer lokale
kazen, geraffineerde toetjes, aan de waslijn gedroogde servetten, een
groot open vuur in de cheminée, kortom, we zijn enthousiast. Ook
over het huis-aperitief: Vin de basilic, geen wijn ván, maar
mét basilicum. Het is heel eenvoudig te maken, je moet alleen enig
geduld opbrengen, want het karakteristieke, tegelijkertijd anijs-, munt-,
melisse, muskaat- en kruidnagelachtige aroma van de basilicum moet de tijd
krijgen in de wijn door te dringen.
50 gr basilicumblaadjes
1 liter muskaatwijn (bijvoorbeeld Beaumes-de-Venise)
eventueel wat suiker
Reken per liter wijn 50 gr basilicumblaadjes, doe ze samen in een pot en
laat ze een maand op elkaar inwerken.
Filter de wijn en doe er, zo nodig, naar smaak nog wat suiker bij.
Giet de vin de basilic in flessen, zet die in de koelkast en serveer de
wijn in gekoelde glazen.
C'est tout.