Vis met kruidenkorst
500 gr stevige witvisfilet (bijvoorbeeld roodbaars)
2 eetlepels citroensap
zout, peper
Voor het volkorenkruidenkorstje:
5 eetlepels volkorenmeel
1 ei
± 150 gr één dag oud volkorenbrood zonder korst
10 sprietjes bieslook
5 takjes (platte) peterselie
3 takjes dragon of dille
Voor de mosterddipsaus:
11/2 dl crème fraîche
2 eetlepels fritessaus
2 eetlepels (Dijon)mosterd
1 eetlepel grofgehakte kappertjes
zout, peper
boter voor het bakken
Dep de visfilets droog, snijd ze in brede repen, bedruppel die met
citroensap en bestrooi ze met zout en peper.
Neem 3 grote diepe borden.
Strooi het volkorenmeel in het eerste bord en klop in het tweede bord het
ei los met 4 eetlepels koud water.
Verkruimel in het derde bord het volkorenbrood, knip de kruiden erboven
heel fijn en meng deze goed door het brood.
Klop een saus van de crème fraîche, de fritessaus, de
mosterd, de kappertjes en naar smaak zout en peper.
Wentel de visrepen eerst door het volkorenmeel, schud overtollig meel
eraf, vervolgens door het ei, laat uitlekken en als laatste door het
broodkruidenmengsel.
Druk de panade licht aan en leg de gepaneerde vis op een houten plank.
Laat de boter in een koekenpan met antiaanbaklaag niet te heet worden, bak
de visrepen om en om goudbruin en gaar en laat ze op keukenpapier even
uitlekken.