Visschotel uit Yorkshire

(2 personen)

Fish cobbler. Een cobbler is een schoenmaker. Maar zo goed als onze
schoenlapperstaart niets met schoeisel te maken heeft (want afgeleid van
het Joodse scholent), zo is dat ook hier het geval. De Oxford Dictionnary
vermeldt dat cobbler een vruchtencocktail is en Amerikaans van afkomst,
maar in Engeland, Wales en Ierland wordt het woord gebruikt voor een
vlees- of visragout, bedekt met 'scones' en als je het eindresultaat ziet,
weet je dat het te maken moet hebben met het woord 'cobble' - kassei, want
het ziet er uit als een straat met kinderhoofdjes. De smaak is wel anders.

Voor de vis:
400 gr visfilet (koolvis)
2 dl melk
1 laurierblad
peper, zout
15 gr boter
1 gesnipperd uitje
1 afgestreken eetlepel tarwebloem
50 gr gepelde grote garnalen
2 eetlepels fijngesneden peterselie
1 eetlepel citroensap

Voor de scones:
125 gr zelfrijzend bakmeel
1 theelepel zout
1 theelepel bakpoeder
25 gr koude boter
40 gr geraspte Wenslydale (cheddar) of belegen Gouda
1 theelepel mosterd
1 ei
melk

Verwarm de oven voor op 200°C.
Breng de melk aan de kook en pocheer de afgespoelde vis met de laurier en
peper en zout in 6 minuten net gaar.
Smelt de boter en laat het uitje zweten, maar niet bruinen.
Roer de bloem en vervolgens het kookvocht van de vis erbij en laat al
roerend sudderen tot een dikke saus ontstaat.
Doe de in vlokken verdeelde vis en de garnalen erin, plus de peterselie en
het citroensap en breng het geheel over in een ovenschoteltje.
Zeef het meel, het zout en het bakpoeder, rasp de boter erbij en snijd die
met de kaas door de bloem.
Roer er met een mes de mosterd en het ei bij en zoveel melk als nodig is
om alle bloem op te nemen.
Kneed er met de vingertoppen snel een korrelig deegje van, rol het uit tot
11/2 cm dik en steek er met een borrelglas rondjes uit.
Leg ze dakpansgewijs op de visragout en bak ze ± 15 minuten tot de
scones goudbruin zijn.
Geef er sla met mosterdvinaigrette bij.

Als wijn: Muscadet.