Zeeduivel met noedels
(4 personen)
Zeeduivel is een stevige magere vissoort die goed kan worden
roergebakken.
Tot eind september is de beste tijd om deze vis te eten.
Dit Japanse gerecht kan zowel warm als koud worden gegeten. De sobanoedels
en mirin zijn in Oosterse winkels en in goed gesorteerde supermarkten
verkrijgbaar net als de wasabipasta.
250 gr soba(boekweit)noedels
zout
Voor de saus:
2 eetlepels lichte sojasaus
3 eetlepels mirin (zoete rijstwijn)
3 eetlepels vissaus
1 theelepel wasabipasta
1 theelepel maïzena
Arachide- of maïsolie voor het bakken
500 gr zeeduivelfilets
200 gr wortel
1 kleine struik paksoi
150 gr rettich
3 lente-uitjes
11/2 theelepel versgeraspte gemberwortel
Kook de noedels volgens de aanwijzingen op de verpakking in ruim kokend
water met zout beetgaar.
Giet ze af en laat ze goed uitlekken.
Maak de saus door de ingrediënten goed met de garde door elkaar te
kloppen.
Dep de visfilets met keukenpapier droog en snijd ze in blokken van 2 x 2
cm.
Schrap de wortel en snijd deze in smalle repen.
Maak de paksoi schoon en snijd de groente in repen van 4-5 cm breed.
Maak de rettich schoon door de buitenkant er met de kaasschaaf af te
schillen en de wortel vervolgens in smalle repen te snijden.
Maak de lente-uitjes schoon en snijd ze in ringen (ook het groen).
Laat een wok goed heet worden.
Voeg een scheut olie toe en roerbak de vis in gedeelten in ± 3
minuten om en om.
Neem de vis uit de pan en dep de pan met keukenpapier droog.
Voeg een nieuw scheutje olie toe en roerbak eerst de wortel en de rettich,
voeg het witte gedeelte van de paksoi toe en als laatste het groene blad,
de lente-ui en de geraspte gemberwortel.
Roerbak de groenten niet te lang, ze moeten knapperig blijven.
Doe de vis terug in de wok met de saus en laat alles even goed warm
worden.
Sonja van de Rhoer