Zure hete soep met garnalen

(4 personen)

Een soep uit de Vietnamese keuken met een frisse, pittige smaak. Geschikt
als voorgerecht voor met z'n vieren, maar ook als lunch voor twee.

400 gr ongepelde grote garnalen (16 stuks)
2 serehstengels
1 blikje jonge maïskolfjes
4 citroenbladeren (djeroek poeroet)
1 tomaat
2 voorjaarsuitjes
3 eetlepels limoensap
4 eetlepels dunne vissaus
½ theelepel versgemalen zwarte peper
2 gedroogde rode pepers
1 theelepel chili-olie
½ eetlepel olie

Pel de garnalen en bewaar de garnalenkoppen en -schillen.
Snijd de rugzijde van de garnalen met een scherp mes in en verwijder de
zwarte draad.
Was de garnalen onder koud stromend water.
Snijd het onderste witte deel van de serehstengels in stukken van 3
cm.
Probeer in het bovenste deel een knoop te leggen. Op deze manier kneus je
de sereh en komen heerlijke sappen en geuren vrij.
Leg de maïskolfjes in een vergiet, spoel ze met wat water af en laat
ze uitlekken.
Snijd de tomaat in dunne partjes en de voorjaarsuitjes in schuine
ringen.
Wrijf de gedroogde rode pepers (in een vijzel) fijn.
Verhit 1/2 eetlepel olie in een pan en fruit de garnalenkoppen en
-schillen hierin 10 seconden.
Voeg de geknoopte sereh toe en giet er 1 liter water bij.
Breng dit aan de kook, laat een paar minuten doorkoken en giet de bouillon
boven een pan door een zeef.
Voeg de maïskolfjes, de citroenbladeren, de in stukken gesneden sereh
en de tomaat aan de bouillon toe, breng alles op hoog vuur aan de kook,
zet het vuur dan lager en laat de soep 5 minuten zachtjes koken.
Doe de garnalen erbij en kook ze 2 minuten mee.
Haal de pan van het vuur en voeg de voorjaarsuitjes, het limoensap, de
vissaus, de zwarte peper en de gedroogde rode peper toe.
Verdeel de soep over 4 kommen en druppel in iedere kom een klein beetje
chili-olie.
Serveer met een kommetje rijst.
De stukken sereh en de citroenbladeren worden niet gegeten.

Tineke Sluijter