Zuurkoolrösti met rookworst

Bij gezond en fit eten denken we niet direct aan rookworst. Worst is toch
vet en ongezond? Maar zoals met alles, als het met mate bij de
hoofdmaaltijd wordt gegeten en er geen extra jus wordt gebruikt is er geen
man overboord. Ik schrijf niet voor niets bij de hoofdmaaltijd, want als
tussendoortjes doen ze ons de das om in de strijd tegen overgewicht.
Rookworst wordt door de ambachtelijke slager 'koud' gerookt bij een
temperatuur van maximaal 20 graden Celsius. Deze rookworsten zijn te
herkennen aan een druppelvormig plekje onderaan de ronding van de worst.
Dit plekje is niet te vinden op worsten die in een rookaromabad zijn
gedompeld (soms wordt het plekje aangebracht om de worst 'echt' te laten
lijken).
Rauwe rookworsten moeten om te garen ± 20 minuten in heet water
worden geweld (niet kokend). Maar veel slagers verkopen reeds voorgewelde
rookworst; deze hoeft alleen maar even te worden verwarmd.

Voor een (oven)bakplaat of rechthoekige lage bakvorm:
750 gr vastkokende aardappelen
650 gr zuurkool
1 grote appel (Jonagold of goudreinette)
1-2 rookworsten
5 jeneverbessen
zout, peper
25 gr koude boter

Schil de aardappelen en schaaf de rauwe aardappelen op een grove rasp.
Laat de zuurkool heel goed uitlekken.
Schil de appel, verwijder het klokhuis en snijd hem in blokjes.
Snijd de rookworst(en) in de lengte doormidden en vervolgens in dunne
plakjes.
Plet de jeneverbessen met het lemmet van een groot mes.
Meng de aardappelrasp met de zuurkool, de appel, de rookworstplakjes, de
jeneverbessen en naar smaak zout en peper.
Vet de bakplaat of bakvorm in (of gebruik bakpapier of bakfolie) en
verdeel het mengsel er als een dunne laag over en strijk het egaal
glad.
Snijd de boter in kleine klontjes en verdeel deze over de rösti.
Bak de zuurkoolrösti ± 50 minuten in een op 200°C
voorverwarmde oven goudbruin en gaar.
Serveer eventueel met extra gepocheerde appelstukjes met rozijnen en
kaneel.

Sonja van der Rhoer