Zweedse rabarbercrumble
(Voor een lage (quiche)vorm met een middellijn van ± 26 cm)
Bij vrienden in Stockholm had de heer des huizes de lunch voor ons bereid.
Het nagerecht was deze supereenvoudige rabarbercrumble. Heerlijk met
lobbig geslagen room, crème fraîche, volle boerenyoghurt of
-nog lekkerder - boerenroomijs.
Ga voor yoghurt of andere zuivelproducten, maar ook voor verse groente
(zoals de rabarber), fruit en wijn eens naar één van de
boerderijwinkels in ons land.
Voor de crumble:
1 kg rabarber
150-200 gr suiker
60 gr aardappelmeel
Voor de crumble (het deeglaagje):
225 gr bloem
125 gr suiker
150 gr koude boter
de rasp van 1/2 citroen
1 mespuntje zout
Verwarm de oven voor op 200°C.
Maak de rabarber schoon door de bladeren en de witte stengelvoet eraf te
snijden. (Kasrabarber en jonge rabarber hoeven niet te worden geschild.
Oude(re) rabarber met een taaie schil moet wel van boven naar beneden met
een mes worden afgeschraapt, zodat de draden eraf worden getrokken.)
Snijd de onderkanten van de stelen af en snijd de stelen in stukken van
2-3 cm lengte.
Was de rabarber in een vergiet onder koud stromend water en laat de
groente goed uitlekken.
Meng de stukjes rabarber in een kom met de suiker en het
aardappelmeel.
Vet de bakvorm in en verdeel het rabarbermengsel over de bodem.
Meng de bloem, de suiker en de in stukjes gesneden boter in de kom met de
citroenrasp en het zout en kneed dit met koele hand snel tot een kruimelig
deeg.
Of doe alle ingrediënten in de keukenmachine en meng snel tot een
kruimeldeeg.
Verdeel het deeg over de rabarber.
Zet de vorm in het midden van de voorverwarmde oven en bak de crumble in
25-30 minuten goudbruin en gaar.
Serveer lauwwarm met room, crème fraîche, (boeren)yoghurt of
-roomijs.
Sonja van de Rhoer