Baklava (Zoet gebak)
Vulling:
250 gr ongezouten boter
250 gr suiker
2 1/2 dl water
250 gr fijngehakte walnoten
een snufje kaneel
500 gr fyllo (papier dun bladerdeeg)
De stroop:
250 gr suiker
250 gr honing
2 1/2 dl water
het sap van 1 citroen
Breng het water met de helft van de boter en suiker aan de kook.
Voeg de walnoten toe als de suiker is opgelost.
Haal de pan van het vuur.
Smelt de rest van de boter en bestrijk een bakblik met boter.
Leg er een lap fyllo op, bestrijk die met gesmolten boter.
Herhaal deze handeling tot 4 deeglappen bovenop elkaar liggen.
Strijk een dunne laag vulling over de bovenste lap fyllo, strooi er een
beetje kaneel over en leg daar twee met gesmolten boter bestreken fyllo
lapjes op.
Herhaal dit tot de ingrediënten op zijn.
De laatste laag bestaat uit twee lappen fyllo.
Bestrijk de bovenste laag rijkelijk met boter en kerf er met een scherp
mes vierkanten in.
Bak de baklava in een voorverwarmde oven in 20 minuten goudbruin en bros
(180°C).
De stroop:
Breng het water aan de kook, voeg al roerend de honing, suiker en sap
toe.
Giet de saus kokend heet over de baklava.
Laat het afkoelen en snijd het in stukken.