Appeltompouce met vanillesaus en ijs

2 geschilde appels
1 dl Armagnac of Calvados
4 plakjes (roomboter) bladerdeeg
1 ei
kandijsuiker of gewone suiker
50 gr boter
2 el suiker
1/8 l slagroom
1 zakje vanillesuiker
poedersuiker
4 bolletjes vanille-ijs
2 dl melk
› dl slagroom
1 vanillestokje
50 gr fijne suiker
3 eidooiers

Voorbereiden (› dag van tevoren):
Boor het klokhuis uit de appels.
Snij elke appel in hele dunne plakjes en laat ze in een bodem Armagnac of
Calvados een paar uur liggen.
Verwarm de oven voor op 200° C.
Halveer de plakjes bladerdeeg.
Bekleed een bakplaat met bakpapier en leg er de gehalveerde plakjes
bladerdeeg op.
Bestrijk de helft met losgeklopt ei en strooi er de (kandij)suiker
over.
Prik ze met een vork in en bak ze in de oven in ± 15 minuten
goudbruin.
Laat ze afkoelen.

Breng voor de vanillesaus de melk en de slagroom met het opengesneden
vanillestokje en 25 gr suiker aan de kook.
Laat het op laag vuur 20 minuten trekken.
Roer de eidooiers los met de rest van de suiker.
Neem het vanillestokje uit de melk en giet de melk al roerend bij de
eidooiers.
Giet het mengsel terug in de pan en laat de saus al roerend op laag vuur
binden.
Laat de saus afkoelen.

Klop de 1/8 l slagroom stijf met de vanillesuiker en zet afgedekt in de
koelkast.

Bereiden:
Verhit de boter en voeg de 2 el suiker toe.
Bak hierin de appelplakjes voorzichtig lichtbruin.
Leg op 4 gebakken plakjes bladerdeeg een laagje appel, slagroom en weer
een plakje bladerdeeg (die met de suiker zijn bestrooid).
Bestuif de bovenkant met poedersuiker.
Zet op 4 bordjes.
Schep er wat vanillesaus omheen en leg er een bolletje vanille-ijs naast.