Gevulde cannelloni op coulis van tomaten

8 cannelloni buisjes
75 gr gerookt spek van ± 3 mm dik
boter
20 gr bloem
21/2 dl melk
100 gr gemalen Parmezaanse kaas
2 eetlepels room
2 eieren
125 gr paneermeel
nootmuskaat, peper, zout

Voor de saus:
1 ui
1 teentje knoflook
boter
4 rijpe tomaten
1 kruidenbuiltje (peterselie, tijm en laurier)
1 eetlepel gehakte basilicum
1 theelepel maïzena
peper, zout

Voor het garnituur:
4 basilicumblaadjes

Blancheer de cannelloni ± 2 minuten in ruim, lichtgezouten
water.
Giet ze af en laat ze uitlekken.
Verwijder het zwoerd van het spek en snijd het in kleine stukjes.
Smelt 1 eetlepel boter en bak er het spek in.
Strooi de bloem erover en laat die even meebakken.
Roer er vervolgens de melk door, zodat u een mooie, dikke
béchamelsaus
krijgt.
Spatel er tenslotte de Parmezaanse kaas en de room door en breng op smaak
met nootmuskaat en peper.
Vul een spuitzak met dit mengsel en vul er de buisjes mee.
Laat deze op een koele plaats opstijven en maak intussen de saus.
Pel de ui en het teentje knoflook en snipper beide fijn.
Smelt een klontje boter en stoof er de ui- en knoflooksnippers in.
Was de tomaten en snijd ze in stukken.
Voeg deze, samen met het kruidenbuiltje, de basilicum, peper en zout bij
de uisnippers.
Laat ± 20 minuten sudderen en wrijf de saus vervolgens door een
zeef.
Los de maïzena in wat water op en bind er de saus mee.
Houd de saus warm.
Klop de eieren met een snufje zout los en wentel er de cannelloni in.
Wentel ze vervolgens door het paneermeel en herhaal deze bewerking.
Frituur de buisjes ± 3 minuten in frituurolie van 180°C en laat
ze op keukenpapier uitlekken.
Leg op 4 borden 2 rolletjes cannelloni en schep er wat saus omheen.
Versier met een basilicumblaadje en drink er een glaasje Barollo of
Chianti bij.