Inleiding

Voor Italianen is de maaltijd een belangrijk moment van de dag. Ze nemen
er graag de tijd voor.
Tweemaal per dag wordt er warm gegeten, waarbij het accent op de
middagmaaltijd ligt. Klokslag 1 uur schuift heel Italië aan tafel en
wordt het stil op straat.
Waar het Italianen bij een maaltijd vooral om gaat is zoveel mogelijk
verschillende smaken op de tong te krijgen, maar altijd apart van
elkaar.
Daartoe rafelen ze de maaltijd uiteen in verschillende gangen.
Niet zozeer in een licht voorgerecht en een zwaarder hoofdgerecht, maar in
gerechten die alle even belangrijk zijn en elk een eigen karakter
hebben.
Omdat ze na elkaar worden gegeten, spreken Italianen van een eerste
gerecht (primo piatto) en een tweede gerecht (secondo piatto). Daaraan
vooraf gaan de antipasti, kleine hapjes van allerlei lekkere zaken die de
eetlust niet stillen maar juist opwekken. En voor de smulpapen is er nog
een contorno, een eenvoudig groentegerecht dat soms tegelijkertijd met het
tweede gerecht wordt geserveerd, maar altijd van een apart bordje wordt
gegeten. Italianen houden van zuivere smaken en brengen nooit twee
gerechten bijeen op hetzelfde bord.
Daarna komt er wat kaas (formaggio) of fruit (frutta) of beide. Op zon- en
feestdagen komen er na de kaas en voor het fruit nog zoetigheden op tafel
die met dolci worden aangeduid.
Tot besluit is er nog dat piepkleine kopje gloeiendhete espresso - niet
meer dan twee slokken. Daarbij drinkt men graag een digestivo, een
verfijnde kruidenbitter om de maag te verlichten.

De gangen in Italië, met elk zijn heerlijkheden zijn als volgt onder
te verdelen:

- Antipasti
- Primi piatti
- Secondi piatti
- Dolci