Ratatouille cannelloni met kalkoen

(10 personen)

11/2 kg kalkoenborst
boter
peper, zout, nootmuskaat
2 courgettes á ± 250 gr
2 aubergines á ± 250 gr
2 rode en 2 groene paprika's
8 tomaten
2 teentjes knoflook
2 grote uien
3 dl witte wijn
120 gr bloem
2 liter melk
30 cannelloni of verse lasagnevellen (10 x 12 cm)
250 gr gemalen kaas
3 dl room

Haal eventuele pezen en beentjes of vet van de rauwe kalkoenborst en snijd
ze in kleine brunoise van ± 11/2 cm.
Laat de brunoise in rijkelijk boter zweten, stoof ze kort en breng op
smaak met peper en zout.
Neem de brunoise uit de pan en laat ze uitlekken (bewaar het
stoofvocht).
Was de courgettes, verwijder de kern en snijd ze in fijne brunoise.
Schil de aubergines en snijd ook die fijn.
Snijd de paprika's, al dan niet geschild, in fijne brunoise.
Versnipper 1 ui.
Pel de tomaten, snijd ze in 4 stukken en verwijder de zaadjes.
Plet de knoflook, hak de andere ui fijn en laat hem in een klontje
boter of stoofvocht van de kalkoen zweten.
Voeg de courgette, de aubergine en de paprika toe en stoof alles mee.
Voeg de tomaten toe en laat alles samen sudderen.
Breng op smaak met peper en zout.
Bevochtig het mengsel met de witte wijn, laat het even uitkoken en laat
gaar worden onder deksel.
Voeg hierbij de kalkoenbrunoise en meng alles goed.
Maak een béchamelsaus met 80 gr boter, 120 gr bloem en 2 liter
melk. Kruid met peper, zout en nootmuskaat en houd de saus warm.
Kook de cannelloni of de lasagnevellen in kokend water met een klontje
boter beetgaar en spoel ze af.
Vul de cannelloni met de ratatouille en schik ze op een bakplaat. Als u
met lasagnevellen werkt, kunt u ze na het vullen zelf tot een cannelloni
oprollen.
Blijft er nog wat ratatouille over, dan vermengt u die met wat
béchamelsaus en nappeert u een band in het midden over de
cannelloni.
Doe wat gemalen kaas en een scheutje room bij de rest van de
béchamelsaus en werk het geheel hiermee af.
Strooi er nog wat kaas over, warm het geheel goed door en gratineer onder
de grill.