Ribollita II

Deze soep wordt, net als erwtensoep, na een nacht staan lekker dik. In
Italië giet men de soep na het bereiden in een andere pan op een
aantal sneden stevig brood en laat deze staan tot de volgende dag. De soep
wordt de volgende dag opgewarmd en nog even doorgekookt.

300 gr of 1 literpot of -blik witte bonen of flageolets
1 ui
1 kleine winterwortel
1 stengel bleekselderij
olijfolie
2 tenen knoflook
100 gr mager rookspek
500 gr savooiekool
2 liter bouillon (van 3 kippenbouillontabletten)
1 takje tijm
1 blaadje laurier
12 sneetjes stevig landbrood

Bereid de bonen volgens de beschrijving op het pak of gebruik bonen uit
pot of blik.
Pureer de helft van de bonen met ± 2 dl van het vocht.
Vul voor bonen uit blik het vocht aan met wat water.
Maak de ui, de wortel en de bleekselderij schoon en snijd ze in kleine
stukjes.
Fruit de groenten in 4 eetlepels olijfolie.
Voeg de knoflook uit de pers en het rookspek toe en bak ze 5 minuten
zachtjes mee.
Snijd de kool in reepjes en fruit ze een paar minuten mee.
Giet de bouillon op de groentenmassa en voeg de tijm en laurier toe.
Laat de soep 2 uur trekken en roer haar af en toe om.
Voeg nu de bonenpuree en de hele bonen toe en laat de soep nog 10 minuten
zachtjes koken.
Breng op smaak met zout en peper.
Rooster de sneetjes brood en bedruppel ze met wat olijfolie.
Serveer de soep met het brood.