Nigiri-sushi

Dit is de meest bekende soort sushi.
'Nigiru' betekent 'knijpen', dus dit zijn knijpsushi, zo genoemd omdat de
rijst in kleine rolletjes moet worden geknepen. Het 'knijpen' is een kunst
op zichzelf. Het moet op de volgende wijze gebeuren:
A) Was uw handen goed en spoel ze enkele malen met koud water af, zodat er
geen zeepresten meer aan uw vingers zitten. Sla de handen af, droog ze
niet af.
B) Pak in één keer de juiste hoeveelheid rijst; anders gaat
de rijst aan uw vingers plakken en mislukt de sushi.
C) Kneed niet te lang, anders gaat de rijst ook aan uw vingers
plakken.
Een rolletje rijst voor de sushi is ongeveer baksteenvormig (met sterk
afgeronde hoeken en kanten), iets korter dan de breedte van uw hand en
ongeveer zo breed als de lengte van uw eerste vingerkootje.
Zo moet u knijpen: strek uw hand, vouw uw vingers (behalve de duim) naar
binnen en vorm het rijstbolletje in het kommetje dat zo ontstaat. In
beginsel gebruikt u hiervoor maar één hand, maar als u het
voor het eerst doet, is dat nogal moeilijk.
Serveer de rijstpakketjes met rauwe vis (bijvoorbeeld maguro (tonijn),
ootoro (tonijn) of chuutoro (tonijn). Het verschil tussen deze drie wordt
gevormd door het gedeelte van de tonijn dat is gebruikt: maguro is
dieprood en heel mager, toro is wat witter en vetter. Snijd van de vis
schuin op de draad plakjes van ± 1 cm dik; ze moeten iets groter
zijn dan de rijstpakketjes.
Omdat u de vis rauw eet, moet hij echt 'dagvers' zijn.
Leg een beetje wasabi op de vis (hoeveelheid naar smaak) en leg de vis op
de rijst met de wasabi naar beneden.

Wasabi (mierikswortelpasta) kunt u kant en klaar of in poedervorm kopen; u
kunt ook een stukje mierikswortel kopen en dat zelf raspen (in de betere
sushi-zaken doen ze dat op een stuk haaiehuid). er zijn grote verschillen
in de scherpte van de wasabi.

Geef bij de sushi een klein plat schaaltje shoyu (Japanse soyasaus) en dip
de sushi daarin.
Het is het handigst om de vis te dippen (houd de sushi dus ondersteboven),
want als u de rijst dipt, valt uw sushi uit elkaar.
u hoeft geen wasabi in de shoyu te doen, zoals bij sashimi, omdat die al
in de sushi zit.

U kunt de sushi ook beleggen met:
- anago (zeepaling): opengesneden. Deze eet men niet rauw, maar gerookt
en/of gemarineerd.
- akagai: een schelpdier. Gekookt, schelp verwijderd.
- ebi (garnaal, maar niet die kleintjes die u in de garnalencocktail
vindt). Gepeld, rauw of gekookt. De garnalen die hier te koop zijn, zijn
zo groot dat 1 garnaal net netjes een pakketje sushirijst bedekt.
- awabi (ear shell) schelpdier.
- ika (inktvis): in reepjes gesneden en rauw.
- tako (octopus): stukjes van de armen, ook rauw.
- hirame (kabeljauw): gesneden als tonijn en rauw.
- kanpachi: vissoort.
- ikura: zalmeitjes. Deze zijn rossig van kleur en ± 1/2 cm in
doorsnee. Ze worden rauw gegeten.
- uni: zee-egel: rauw.

De laatste twee soorten zijn te vormloos en te zacht om op de sushi te
worden gelegd. Maak een 'muurtje' van nori (gedroogd zeewier) om de sushi
heen, zodat u een soort 'doosje' krijgt met de rijst als bodem en de nori
als wanden waarin u de ikura of de uni legt.

- tamago: niet rauw, maar in de vorm van een Japanse omelet. Klop daarvoor
4 grote eieren, ± 5 dl dashi (Japanse bouillon, getrokken van kombu
(zeewier) en katsuobushi (gedroogde tonijnschilfers); poeder, verkrijgbaar
in de toko), 1/2 theelepel zout, 1/2 theelepel basterdsuiker en 1
theelepel shoyu door elkaar en bak dit op een matig vuur. Stop zodra het
niet meer vloeibaar is: u moet het kunnen vouwen, maar het moet nog
vochtig zijn. Vouw het een paar keer dubbel, zodat u een pakketje krijgt
van 11/2-2 cm hoogte. Leg dit op een bamboematje en druk het in een
vierkante vorm; snijd er dan blokjes van die iets groter zijn dan de
pakketjes sushirijst.
Aangezien het nogal dik is, wordt de omelet gewoonlijk met een dun reepje
nori aan de rijst vastgebonden.