Coq au vin II

6 sjalotjes
250 gr champignons
4 eetlepels bloem
4 kippenbouten á ± 250 gr
zout, peper, nootmuskaat
1/2 zakje Provençaalse kruiden
3 eetlepels olijfolie
100 gr magere spekreepjes
2 eetlepels cognac
1/2 liter rode landwijn
2 teentjes knoflook
keukentouw of garen
keukenpapier

Pel de sjalotjes en snijd ze in vieren.
Veeg de champignons met keukenpapier schoon.
Strooi de bloem op een bord en wentel de met peper en zout bestrooide
kippenbouten erdoor.
Bind de Provençaalse kruiden met een touwtje bij elkaar.
Verhit de olie in een braadpan, bak de sjalotjes, de spekreepjes en de
champignons in 4 minuten bruin en schep ze met een schuimspaan op een
bord.
Bak de kippenbouten in het bakvet in ± 10 minuten rondom bruin.
Voeg de cognac toe en giet de wijn voorzichtig langs de rand in de
pan.
Voeg de kruiden, de ongepelde knoflook en naar smaak zout, peper en
nootmuskaat toe, breng het geheel aan de kook en laat het met het deksel
op de pan ± 1 uur zachtjes stoven.
Voeg het champignonmengsel aan de kip toe en stoof dit ± 20 minuten
mee.
Verwarm intussen in een oven van ± 120°C een schaal voor, leg
de kip op de schaal en houd hem warm.
Laat het stoofvocht op hoog vuur ± 5 minuten inkoken tot een licht
gebonden saus ontstaat.
Neem de kruiden en de knoflook uit de saus en schenk de saus over de
kip.
Serveer met geroosterd brood en een gemende salade.