Kip in deegjasjes

(3-4 personen)

400 gr kippenborstfilet
1 theelepel scherp kerriepoeder (Madras)
1 theelepel mild paprikapoeder (Edelsüsz)
zout, peper
25 gr maïzena
75 gr gezeefde bloem
1 stijfgeslagen eiwit
(arachide)olie voor het frituren
1 grote geschild en in blokjes gesneden zachtzure appel (Granny Smith)
1 theelepel citroensap
1 1/2 dl kippenbouillon (van tablet)
2 stengels bleekselderij in boogjes
1/2 ragfijn gesneden rode Spaanse peper
2 eetlepels ketjap manis
2 eetlepels sherry
4 eetlepels gembersiroop
1 theelepel maïzena

Dep het kippenvlees met keukenpapier droog en snijd de filets in blokjes
van 2 1/2 cm.
Vermeng het kerriepoeder, het paprikapoeder, zout en peper in een
kommetje.
Strooi het mengsel over het kippenvlees, schep alles enkele malen om en
laat alles 10 minuten staan.
Besprenkel de appelblokjes met het citroensap.
Kook de bleekselderijboogjes 3 minuten in de kippenbouillon.
Voeg vervolgens de Spaanse peper (niet meer dan 1 theelepel), de sojasaus,
de sherry en de gembersiroop toe.
Maak 1 theelepel maïzena met 1 eetlepel koud water aan, roer het
mengsel door de bouillon met toevoegingen en laat alles opnieuw aan de
kook komen.
Schep er de appelblokjes door.
Houd de saus met toebehoren hierna nog enige tijd aan de kook.
Schep in een kom de bloem en de maïzena door elkaar, voeg er 1 dl
koud water bij en blijf roeren tot een volkomen glad beslag is
verkregen.
Voeg eventueel nog 1-2 eetlepels water extra toe (het beslag moet iets
dikker zijn dan voor pannekoeken).
Spatel kort voor het frituren het eiwit door het beslag.
Verhit de olie tot 180°C.
Haal de blokjes kip door het beslag en bak ze in de hete olie in ±
6 minuten goudbruin en knapperig.
Bak niet meer dan 6 blokjes tegelijk en laat ze na het bakken op
keukenpapier uitlekken.
Schik ze in het midden van voorverwarmde borden en schep de saus, de appel
en de bleekselderij eromheen.