Kipkroketten II

(± 20 stuks)

Laat 300 gr kipfilet in 3 dl kippenbouillon met 1 dl droge witte wijn (met
een laurierblaadje, een stukje foelie, een takje tijm, peterselie en
selderij) 30 minuten trekken.
Zeef de bouillon en snijd de kipfilet in kleine blokjes.
Fruit 1 gesnipperde ui in 60 gr boter, roer er 50 gr bloem bij en laat die
opnemen.
Roer er de kippenbouillon in delen van ± 1 1/2 dl bij, laat die
opnemen en
verwarm de ragoût steeds.
Breng de dikke saus op smaak met 3 eetlepels peterselie, zout, peper
en
nootmuskaat.
Roer 1 eierdooier los met 1/2 dl koffieroom en roer dit bij de
ragoût.
Schep de kipstukjes erdoor en laat de massa afkoelen.
Snijd ± 20 stukjes van de stijve ragoût en vorm elk tot een
minikroketje.
Paneer deze met fijngewreven beschuit, haal ze door losgeklopt ei en haal
ze dan nogmaals door het beschuitkruim.
Bak de kroketjes in frituurolie van 175°C per 6 tegelijk goudbruin en
laat ze op keukenpapier uitlekken.
Lekker met mosterdroom (half mosterd, half zure room).