Leberknödelsuppe

125 gr runderlever
2 harde broodjes (Kaiserbrötchen)
lauw water
1/2 gesnipperde ui
2 eetlepels fijngehakte peterselie
30 gr boter
1 mespuntje marjolein
1-2 eetlepels bloem
3 eetlepels paneermeel
peper
1 ei
1 liter goede runderbouillon

Snijd de broodjes in kleine stukjes, overgiet ze met lauw
water en knijp ze uit.
Smoor de ui en de peterselie in de boter tot de ui glazig
is.
Draai de lever door de vleesmolen.
Meng de gesmoorde ui en peterselie, het geweekte brood, de
kruiden, de lever, het ei en de bloem goed door elkaar en laat
het mengsel op een koele plaats opstijven.
Draai er dan balletjes van ter grootte van een golfbal en laat
die in de kokende bouillon in ± 15 minuten gaar worden.