Baklava (gebak met noten en siroop)

(De Turken leerden het maken van fijn, knapperig deeg van de Arabieren;
het is zo fijn en dun dat je er doorheen kunt kijken).

500 gr bladerdeeg (± 24 velletjes, of ontdooid diepvriesbladerdeeg,
flinterdun uitgerold en in 24 velletjes gesneden)
16 eetlepels gesmolten boter
21/2 kop fijngehakte amandelen of walnoten
2 kopjes suiker
1/2 kop water
1 eetlepel citroensap

Neem een ovenvaste schaal van 23 x 30 x 5 cm en smeer die in met gesmolten
boter.
Leg voorzichtig een dubbel gevouwen vel deeg in de schaal en smeer het in
met gesmolten boter.
Ga zo door tot er 6 lagen deeg zijn.
Strooi op de laatste laag 1/3 van de noten.
Doe daarbovenop weer 6 vellen deeg, smeer ze in met boter en strooi
bovenop weer 1/3 van de noten.
Herhaal dit tot alle ingrediënten gebruikt zijn en eindig met een
laag deeg.
Smeer de bovenste laag in met boter en snijd het in ruiten van
5 x 5 cm.
Bak ze 30 minuten in een voorverwarmde oven op 175 graden C.
Draai dan de oven lager tot 150 graden en bak nog 30 minuten.
Doe de suiker in het water en voeg het citroensap toe.
Laat deze siroop 5 minuten koken.
Giet het vervolgens over het warme gebak en laat het afkoelen alvorens op
te dienen.
Serveer er sterke Turkse koffie bij.