Moksie Alesie (uit Suriname)

(spreek uit: moks'alesie)

500 gr varkens- of kipfilet
200 gr zoutvlees (of 200 gr mager gerookt spek of pekelvlees)
200 gr garnalen
1-2 grote uien
3 teentjes knoflook
1 spitskool (of witte kool)
500 gr rijst
2 blikjes tomatenpuree
2 bouillonblokjes
stuk santen (± 100 gr)
1 grote makreel (of 2 kleine)

Snijd het zoutvlees (of spek/pekelvlees) in blokjes en bak die even uit in
(olijf)olie.
Snijd het vlees in dobbelsteentjes, kruid ze met zout en peper en bak ze
in de (olijf)olie bruin. Doe de ui, knoflook, tomatenpuree,
bouillonblokjes, 1/4 liter water (heet, anders wordt het vlees taai),
santen en de niet te fijngesneden kool erbij. Laat dit in een kwartiertje
gaar worden.
Schep alles met een schuimspaan uit de pan en doe de rijst in de
vloeistof. Vul aan met water, zodat u de juiste vloeistof/rijstverhouding
krijgt (de rijst moet ± 1,5 cm onder staan. Meet dit zonodig even
na. De verhouding moet ongeveer 1,5 kopje vloeistof per kopje rijst zijn;
anders blijft de rijst hard).
Breng de rijst aan de kook en laat hem de voorgeschreven tijd
doorkoken.
Schep, als de rijst gaar is, alles er weer doorheen en laat het geheel nog
een kwartiertje doorstomen (op een heel laag pitje, anders brandt het
aan).
Ontdoe intussen de makreel van graten en vel en snijd de vis in
stukken.
Schep de stukken vis voorzichtig door het rijst/vleesmengsel en voeg de
garnalen toe.
Laat alles nog even aan elkaar wennen, terwijl u de tafel dekt.

Dit gerecht is de tweede dag nog veel lekkerder.
U kunt dit gerecht ook met gerookte kip klaarmaken.