Gevulde kalkoen

Gevulde kalkoen was al in de 15de eeuw een bekend gerecht in de Poolse
keuken. Het behoort tot de meest exquise gerechten en wordt voornamelijk
rond of op de kerstdagen geserveerd. De bereiding kost nogal wat werk en
tijd, maar het resultaat mag er zijn.

1 kalkoen
1 citroen
100 gr boter
zout

Voor de vulling:
4 sneetjes witbrood
1/8 liter melk
het levertje van de kalkoen
40 gr boter
3 eieren
60 gr rozijnen
60 gr amandelen
40 gr paneermeel
zout, peper
10 gr poedersuiker
1 mespuntje nootmuskaat
2 kruidnagelen

Wrijf de kalkoen 2 uur voor het braden in met zout en citroensap.
Bereid intussen de vulling:
Week het brood in de melk, druk het uit en draai het samen met het
levertje door de vleesmolen.
Vermeng de boter met 3 losgeklopte eidooiers en mix dit mengsel goed door
de gemalen lever-broodmassa.
Roer er vervolgens de gewassen rozijnen, de fijngehakte amandelen, het
paneermeel en de tot schuim geslagen eiwitten door en kruid de vulling
naar smaak met zout, peper, poedersuiker, nootmuskaat en de fijngeplette
kruidnagelen.
Vul de buikholte van de kalkoen met het grootste deel van deze massa en
naai de opening dicht.
Stop de rest van de vulling in de keelholte en naai ook hiervan de opening
dicht.
Smelt de boter in een braadpan, leg de kalkoen er op zijn rug in, bedruip
hem met de gesmolten boter en zet de pan afgedekt in een voorverwarmde
oven.
Braad de kalkoen bij een begintemperatuur van 250°C in 2-3 uur gaar
(de tijd is afhankelijk van de grootte).
Bedruip hem tijdens het braden veelvuldig met het braadvet en besprenkel
hem af en toe met water.
Neem tegen het einde van de braadtijd het deksel van de pan om de kalkoen
te laten kleuren.
Verdeel de kalkoen, als hij klaar is, in stukken en leg deze op een
schaal.
Snijd de vulling in plakken en leg die ernaast.
Besprenkel het vlees vlak voor het opdienen met wat braadsaus en geef de
rest van de saus er in een apart kommetje bij.
Serveer de kalkoen met aardappelen, gebakken bosbessen en een
rauwkostsalade van groenten of vruchten.