Bogrècsgulyès I

(= ketelgulyès)

De naam 'Ketelgulash' is afkomstig van de oorspronkelijke bereidingswijze
van de gulash. Op de poesta maakten de herders hun gulyßs in een
grote ketel die boven het houtvuur hing.

1 kg rundvlees
80 gr vet (oorspronkelijk varkensvet)
300 gr uien
20 gr paprikapoeder (bij voorkeur rozenpaprika)
1 kg vastkokende aardappelen
140 gr paprika's (liefst de gele puntige bij de Turkse winkel; die lijken
het meest op de paprika's uit Hongarije)
60 gr tomaten
zout
kummel
knoflook

Snijd het vlees in stukken van 1 1/2-2 cm.
Bak de uien in het vet goudgeel.
Roer dan bij matig vuur snel het paprikapoeder door het niet meer zo hete
vet, schep er de stukken vlees door, strooi er wat zout bij en laat het
vlees goed dichtschroeien.
Voeg knoflook en kummel toe, schenk er water bij tot het vlees net onder
staat en smoor het met het deksel op de pan op zeer matig vuur onder af en
toe roeren gaar (het vlees mag niet koken).
Schil intussen de aardappelen en snijd ze in stukken.
Snijd de paprika's en de tomaten in stukken.
Laat, als het vlees helemaal gaar is, het vocht inkoken tot alleen het
'vleesvet' overblijft.
Doe de aardappelstukjes erbij en bak die met het vlees mee tot ze glazig
zien.
Voeg dan de paprika's en tomaten toe en laat de aardappelen gaar worden.