Rode bietenpasta met pittige saus

200 gr bloem
2 eieren
2 eetlepels gepureerde rode biet
zout
olie

Zeef de bloem.
Klop de eieren met de bietenpuree, een snuf zout en 1 theelepel olie los.
Roer dit met 3 eetlepels bloem glad, schenk het bij de bloem en vermeng het
vanuit het midden.
Kneed het tot een glad, egaal deeg, dat glanst en leg het in een vochtige
doek een half uur weg.
Druk het plat en rol het (met behulp van een pasta-molen of met een houten
rolstok) tot een zo dun mogelijke lap uit.
Snijd hieruit met een speciaal tagliatelle-snijwieltje of met de pastamolen
lange linten en rol deze per 6 stuks tot nestjes samen.

Voor de saus:
350 gr kippenlevertjes
bloem
50 gr magere rookspekreepjes
olie
2 rode uien
2 appels
50 gr rozijnen
1 theelepel mosterd
1 theelepel gedroogde salie
1 eetlepel honing
2 dl gevogeltefond (± 1/2 pot)
(sherry)
boter of crème fraîche
verse bieslook

Maak de kippenlevertjes schoon, snijd ze wat kleiner en wentel ze door de
bloem.
Bak de spekjes zachtjes uit.
Snijd de uitjes in ringen en schep die met 3 eetlepels olie bij de spekjes.
Neem ze uit de pan en bak in het vet de levertjes al omscheppend bruin.
Schil en snipper de appels.
Schep de spekjes, uiringen, appelsnippers, rozijnen, mosterd, salie, honing en
fond (en een scheutje sherry) bij de levertjes en laat het geheel 15 minuten
zachtjes stoven.
Kook intussen de pasta in ruim kokend water met wat zout 3-4 minuten, laat ze
kort uitlekken en schep ze met een klontje boter of een lepeltje crème
fraîche om.
Bestrooi de levertjessaus met bieslook.