Zo kookt u pasta

Pasta wordt altijd in ruim water gekookt, eventueel met een bouillontablet.
Reken ± 1 liter water voor 100 gr pasta. Breng het water eerst aan de
kook, voeg dan zout toe (± 1 eetlepel op 3 liter water).
Doe alle pasta tegelijk in het kokende water en roer de pasta een paar keer
met een houten lepel om, om aan elkaar plakken te voorkomen.
De kooktijd gaat pas in als het water opnieuw kookt.
Breng de pasta snel, met het deksel op de pan, aan de kook en neem, als de
pasta kookt, het deksel van de pan.
Kook de pasta onder regelmatig controleren beetgaar ('al dente' wil zeggen:
stevig, met 'beet').
Giet de pasta, als de kooktijd is verstreken, direct in een vergiet af en schud
om, om het overtollige water kwijt te raken.
Om plakken te voorkomen, kunt u de pasta omschudden met (kruiden)boter of
olijfolie.
Spoel de pasta nooit met koud water, want daardoor koelt hij teveel af en
bovendien wordt daardoor het laagje zetmeel om de pasta, dat helpt om de saus
vast te houden, verwijderd.
als u er een salade van maakt, kunt u de pasta wel met koud water spoelen.