Gebraden patrijs

3 jonge patrijzen
100 gr gerookt spek
1 eetlepel boter
1 eetlepel citroensap
1/2 laurierblad
tijm
1 ui
100 gr gesneden soepgroenten
zout
1/2 kop zure room
1/2 kop rode wijn

Wrijf de patrijzen vanbinnen en vanbuiten met zout en citroensap in.
Maak een farce van de fijngehakte hartjes en levertjes met de boter, iets
citroensap en tijm.
Vul de vogels hiermee en naai daarna dicht.
Leg de patrijzen dicht tegen elkaar in de natgemaakte Römertopf.
Voeg de gesnipperde ui en de soepgroenten toe, giet de room erover en
bedek de patrijzen met dunne schijfjes spek.
Leg het deksel op de schotel, zet hem in een koude oven, die op 220°C
is ingesteld en braad het gevogelte in ± 11/2 uur gaar.
Geef ze naar keuze zonder deksel in nog 15 minuten een bruin korstje.
Begiert ze intussen 1-2 keer met de rode wijn.
Dien deze schotel op met roggebrood, aardappelpuree en zuurkool.