Konijn uit de Römertopf

(2-3 personen)

1 jong duinkonijn van ± 800 gr
zout, peper
bloem
50 gr boter
2 theelepel tijm
200 gr paddestoelen (bijvoorbeeld cantharellen of morilles)
2 dl witte wijn
1/2 dl crème fraîche
beurre manié (half boter, half bloem}

Zet de romertopf 10 minuten onder water en laat hem daarna uitlekken.
Snijd het konijn in stukken en bestrooi die met zout en peper.
Haal het konijn vervolgens door de bloem en schud de overtollige bloem
eraf.
Laat 30 gr boter heet worden en bak de stukken konijn hierin bruin.
Leg het konijn op de bodem van de Römertopf, bestrooi met de tijm en
let er de schoongeborstelde paddestoelen op.
Blus de bakboter af met de helft van de wijn en giet dit over het
konijn.
Verdeel de rest van de boter hierover, leg het deksel op de schaal en zet
de Römertopf in de koude oven.
Stel de oven in op 200°C.
Voeg na 1 uur de rest van de wijn toe, temper de oven tot 175°C en
laat het konijn in 30 minuten verder gaar worden.
Giet het vocht voorzichtig in een steelpan, roer de crème
fraîche hierbij, breng het aan de kook en bind de saus al roerend
met de beurre manié.