Lamshaasjes in kaneelsaus
(2 personen)
25 gr boter
250 gr lamshaasjes (± 4 stuks)
zout, peper
1 eetlepel bloem
6 eetlepels vleesfond of runderbouillon
1 dl zoete witte wijn
4 eetlepels crème fraîche
1/2 theelepel piment
1/2 theelepel kaneel
Verhit de boter en bak, als het schuim begint weg te trekken,
de lamshaasjes hierin in ± 3 minuten rondom bruin.
Bestrooi het vlees met een beetje zout en peper en neem het
uit de pan.
Roer de bloem door de braadboter en laat het 1 minuut
pruttelen.
Voeg al roerend de fond of bouillon, de wijn en de
crème fraîche beetje bij beetje toe.
Roer de piment en de kaneel erdoor en breng de saus aan de
kook.
Leg de lamshaasjes weer in de pan en laat ze in ± 3
minuten bijna gaar worden (iets rosé zijn ze het
lekkerst).
Roer zo nu en dan door de saus.
Breng de saus op smaak met zout en peper.
Snijd de lamshaasjes in dikke plakken, leg ze op 2 warme
borden en schep er de saus over.
Lekker met tagliatelle en een groene salade.