Rendang

500 gr lams- of schapenvlees
1 grote ui
verse gemberwortel
1 teentje knoflook
5 dl dunne santen
pijpkaneel
zout, peper
enkele kruidnagels
arachideolie
djintenpoeder, pimentpoeder
ketoembar, djahé
een stukje gedroogde kokos
citroensap
1 dl dikke santen

Snijd de ui in dunne ringen, rasp 3 theelepels gemberwortel,
pel het knoflookteentje en doe alles - van de ui echter de
helft - samen met een paar eetlepels santen in een blender,
waarin u het tot een gladde massa
vermaalt.
Giet deze over het in dobbelstenen gesneden vlees en meng
alles goed door
elkaar.
Fruit de rest van de uiringen, samen met een stukje
pijpkaneel, een snufje zout en een paar gekneusde kruidnagels
in wat arachideolie tot de ui glazig wordt.
Schep er dan het vlees bij en bak het, al omscheppend, tot het
lichtbruin wordt.
Voeg nu - een mespunt van elk - djintenpoeder, peper en
piment, 1 theelepel ketoembar, een snufje djahé, 2
eetlepels geraspte kokos en de dunne
santen toe en roer alles goed door.
Breng het geheel aan de kook en laat het ± 10 minuten
doorkoken, terwijl
u de massa met een pollepel voortdurend in beweging houdt.
Zet het vuur dan lager en laat het vlees gaar sudderen.
Roer er een paar eetlepels citroensap door en houd de pan op
het vuur tot het meeste vocht is verdampt.
Voeg er, al roerend, de dikke santen bij en laat het gerecht
doorsudderen.
Als de olie zich begint af te scheiden is de rendang klaar om
te worden opgediend.
Geef er drooggekookte rijst bij.