Saté asem manis (zoetzure saté)
1/2 kg mals schapenvlees (met een randje vet)
2 eetlepels zachte boter
1 stukje asem ter grootte van een walnoot
3 eetlepels gesnipperde uien
2 gesnipperde teentjes knoflook
1 theelepel djinten
1 theelepel zout
1 eetlepel Javaanse suiker
1 eetlepel ketjap
Maak van de asem met 2 eetlepels water een papje en zeef
dit.
Snijd het vlees in dobbelsteentjes van ± 2 cm en haal
de zeentjes weg.
Wrijf de uien, de knoflook, de djinten en het zout tot een
brij.
Voeg er de ketjap, de suiker en het asemwater aan toe en
vermeng dit met het vlees.
Roer er ook de boter door en laat deze marinade ± 1 uur
inwerken.
Rijg de dobbelsteentjes vlees aan bamboepennen, 4-5 per
pen.
Rooster ze eerst zacht en later, vlak voor het opdienen, op
een goed aangewakkerd houtskoolvuurtje.
Smeer ze tijdens het roosteren enige malen met de marinade
in.
U kunt de saté's ook onder de grill roosteren, eerst
zacht en later op kortere afstand van de grill.
Geef er een ketjapsaus bij, gemaakt van 2 gesnipperde teentjes
knoflook, fijngewreven met 1 theelepel sambal trassi en
afgemaakt met 2 eetlepels ketjap en citroensap.