Potée Lorraine

Een klassieke Franse groentesoep-maaltijd, waarin meerdere
vleessoorten
worden gebruikt, gecombineerd met geurige wintergroenten.

4 dunne casselerribkarbonades (samen 300 gr)
250 gr gerookt mager spek aan een stuk
350 gr winterwortel
1 ui
1 kruidnagel
1 blaadje laurier
1 takje tijm
1 tak peterselie
1 teentje knoflook
45 gr bakboter of reuzel
250 gr (pittig gekruide) dunne saucijsjes
500 gr spitskool
750 gr aardappelen
150 gr sperziebonen
1 blik boterbonen
8 sneetjes stokbrood
Dijon-mosterd

Kook de karbonaadjes met het gerookte spek onder water 5 minuten en
controleer op zout.
Giet eventueel het water af, breng het vlees opnieuw onder water aan de
kook, giet het water af en dep het vlees droog.
Snijd de winterwortel in plakjes of reepjes.
Besteek de ui met de kruidnagel, bind de laurier, tijm en peterselie
samen, pel de knoflook niet.
Verhit de bakboter in een braadpan, voeg het vlees, de worteltjes, de ui
en de kruiden toe, bak alles al omscheppend even en strooi er een flinke
draai peper over.
Giet er dan zoveel water op, dat het net onder staat, breng het gerecht
aan de kook en laat het afgedekt 1 uur sudderen.
Was de saucijsjes onder heet water en prik ze in.
Was de spitskool en snijd hem in zessen.
Schil de aardappelen, haal de bonen af, laat de boterbonen uitlekken.
Voeg de worstjes en de groenten toe en laat de potée 30 minuten
koken.
Rooster de sneetjes stokbrood en verdeel ze over 4 soepkommen of
-borden.
Giet het vocht uit de pan voorzichtig in een tweede pan af, snijd wat
groenten kleiner, doe die in de soepkommen, vul aan met bouillon en
serveer dit als soep vooraf.
Houd de rest warm en serveer die daarna als hoofdgerecht.
Geef er Dijonmosterd bij.