Baklava

± 250 gr fyllodeeg (diepvries)
150 gr suiker
2 eetlepels
sinaasappelsiroop
1 eetlepel citroensap
100 gr boter
200 gr
walnoten
1 theelepel kaneelpoeder
een vierkante bakvorm van ±
30 x 30 cm

Laat het deeg van tevoren volgens de aanwijzingen op de
verpakking ontdooien.
Breng de suiker, 1 dl water, de sinaasappelsiroop
en het citroensap in een pan aan de kook en laat het op laag vuur in
± 5 minuten tot siroop inkoken.
Laat de siroop afkoelen en zet
hem tot gebruik in de koelkast.
Verwarm de oven voor op 150°C.
Smelt de boter in een pannetje.
Hak de walnoten fijn of maal ze in de
keukenmachine.
Bestrijk de vorm met een beetje gesmolten boter en leg er
een velletje deeg in.
Bestrijk het deeg met boter en dek af met een
volgend laagje deeg.
Ga zo door tot de helft van de velletjes deeg is
gebruikt.
Bestrijk het deeg met gesmolten boter en bestrooi het met
walnoten en kaneelpoeder.
Dek de noten af met een velletje deeg en
bestrijk dat met boter.
Ga zo door tot alle deeg is gebruikt.
Snijd
de baklava met een puntig mes ruitvormig in en bak hem ± 25 minuten
in het midden van de oven.
Verhoog de oventemperatuur dan naar 225°C
en bak de baklava nog ± 10 minuten.
Neem de vorm uit de oven en
schenk direct de koude siroop over de baklava.
Laat de baklava afkoelen
en snijd hem via het ingesneden ruitpatroon in stukjes.