Spinaziepasteitjes (Fatayer Bi Sabanekh)

(Libanon)
(12-15 stuks)

1/2 recept basisdeeg voor pasteitjes (zie recept)
1 kg verse spinazie of 1 pakje diepvriesspinazie (450 gr)
1 kleine fijngehakte ui
11/2 theelepel zout
1/4 theelepel peper
4 eetlepels citroensap
4 eetlepels olijfolie
50 gr pijnboompitten, bruin gebraden in 3 eetlepels boter en uitgelekt
schijfjes citroen

Verdeel het pasteideeg in 12-15 ballen en rol die uit tot ronde lappen van
10 cm doorsnee en 1/4-1/2 cm dik.
Was de spinazie, laat hem uitlekken en hak de groente fijn.
Bereid diepvriesspinazie volgens de aanwijzingen op de verpakking en knijp
de groente goed uit.
Doe de spinazie in een grote schaal.
Voeg de ui, het zout en de peper toe, meng alles goed door elkaar en laat
alles enkele minuten intrekken.
Roer er het citroensap en de olie door en voeg de pijnboompitten toe.
Leg in het midden van elke deeglap wat van het spinaziemengsel en vorm er
op de volgende wijze driehoekige pasteitjes van.
Trek 2 zijden van het deeg naar het midden en druk de naad van het midden
naar de hoek goed dicht.
Trek dan de resterende deel van het deeg omhoog en druk de naad dicht,
maar laat in het midden een kleine ventilatie-opening over.
Of maak rond de vulling verticale plooien in het deeg, zodat ronde open
taartjes ontstaan (de eerste methode is traditioneler).
Bestrijk de pasteitjes met olijfolie en bak ze 15 minuten in een op
190-200°C voorverwarmde oven (ze moeten zowel aan de bovenkant als aan
de onderkant bruin gebakken zijn).
Serveer de pasteitjes warm of koud met schijfjes citroen.

Basisdeeg voor pasteitjes
(voor 25 pasteitjes met een doorsnee van 10 cm of voor 40 pasteitjes met
een
doorsnee van 7 1/2 cm)

500 gr bloem
1 eetlepel zout
2 theelepels droge gist
1 theelepel suiker
4 eetlepels lauwwarm water
4 1/2 dl lauwwarme melk
4 eetlepels olijfolie

Vermeng de bloem en het zout in een grote kom.
Los in een andere kom de gist en de suiker in het lauwwarme water op en
laat dit 5 minuten staan.
Roer het gistmengsel door de melk en voeg dit bij de bloem.
Meng alles met een houten lepel goed door elkaar en leg het op een met
bloem bestoven werkplank.
Kneed het deeg 8-10 minuten goed door tot het elastisch en soepel is.
Leg het in een ingevette schaal en dek die met een droge doek af.
Zet het deeg op een warme plaats tot het volume is verdubbeld.
Sla het plat, vorm het dan tot een bal en laat die 10 minuten rusten.
Verdeel het deeg in 25 of 40 stukken.
Wrijf de handen in met olie en maak van elk stuk deeg een bal.
Dek de deegballen met een droge doek af en laat ze 30 minuten rijzen.
Rol het deeg voor de fatayer uit tot ronde lappen van 1/2 cm dik en ga te
werk als boven beschreven, of maak er ronde pasteibakjes van en vul die
met een vleesragoût of met een groentemengsel.