Droge garnalencurry uit Madras (jhinga kari madrasi)

50 gr ghee
1 kleine gesnipperde ui
2 gesnipperde teentjes knoflook
1 theelepel gemalen koriander
1/2 theelepel kurkuma
mespunt gemalen gember
1/2 theelepel gemalen komijn
1/2 theelepel zout
500 gr gepelde steurgarnalen
1 eetlepel azijn
chilipoeder ter garnering

Smelt de ghee in een grote pan met dikke bodem en fruit er de ui en
knoflook op een laag vuur in 4-5 minuten zacht in. Voeg de specerijen en
het zout toe en roerbak nog 3 minuten.
Draai het vuur zeer laag (gebruik eventueel een vlamverdeler), voeg de
garnalen toe en schep ze 1 minuut luchtig door de specerijen. Roer
vervolgens de azijn erdoor, draai het vuur hoger en roerbak 30
seconden.
Bestrooi de curry met chilipoeder en serveer meteen.

Noot: Veel mensen denken dat een curry in de saus moet zwemmen. Dat is
niet zo, want vele Indiërs houden juist van ietwat droge schotels.
Vergeet echter niet dat in een droger gerecht de kruiderijen
geconcentreerd raken; wees daarom voorzichtig als u de hoeveelheid
vloeistof in een gerecht verandert.