Gulab jamun

(± 20 stuks)

8 eetlepels volle melkpoeder
3 eetlepels zelfrijzend bakmeel
1/4 theelepel bakpoeder
1/4 theelepel gemalen kardemom
1 eetlepel zachte boter of ghee
± 3 eetlepels water
ghee en/of olie om te frituren

siroop:
450 gr witte suiker
1 liter water
5 gekneusde kardemompeulen
2 eetlepels rozewater of enkele druppels roze-essence

Zeef het melkpoeder, de bloem, het bakpoeder en de gemalen kardemom boven
een grote kom.
Klop er de boter of ghee bij en voeg dan voldoende water toe om er een
stevig, maar soepel deeg van te maken, waarvan u stuitergrote ballen of
kleine worstjes kunt vormen.
Frituur die langzaam en boven matig vuur in de hete ghee (of in de met
ghee aangelengde olie) tot ze hazelnootbruin zijn en laat ze op
keukenpapier uitlekken.
Vermeng voor de siroop de suiker, het water en de kardemompeulen en
verwarm dit mengsel tot de suiker is opgelost.
Leg de gefrituurde gulab jamun in de siroop en laat alles 30 minuten
sudderen tot de gulab jamun zacht en sponzig en bijna tweemaal zo groot
zijn geworden.
Laat ze licht afkoelen en voeg het rozewater toe.
Laat ze dan helemaal afkoelen en serveer ze koud of op kamertemperatuur.

N.B.: Is de pan niet groot genoeg, maak de gulab jamun dan in twee
gedeelten klaar.
Voeg, als de siroop tijdens het afkoelen van de eerste portie te veel is
ingedikt, nog wat suiker en water toe en breng het aan de kook, voordat u
de tweede portie in de pan doet.