Panirpasteitjes in room/sinaasappelsaus (Ras Malai)

1/2 liter water
60 gr + 1 eetlepel suiker
1/2 liter room
1/2 liter melk
1 eetlepel geraspte sinaasappelschil
2 eetlepels bloem
225 gr Panir (zie recept)
2 eetlepels fijngehakte ongezouten pistachenoten
2 stukken zilverblad (varak) van ± 7 1/2 cm(toko)

Vermeng in een middelgrote pan het water met 60 gr suiker; breng het onder
voortdurend roeren aan de kook en laat de suiker oplossen.
Zet het vuur laag en laat 12 minuten zachtjes koken.
Vermeng in een pan met dikke bodem 1 eetlepel suiker, de room, de melk en
de sinaasappelrasp.
Breng dit aan de kook, zet het vuur laag en laat ± 30 minuten
zachtjes koken tot de saus tot ± 2/3 is gereduceerd.
Neem de pan van het vuur en laat de saus afkoelen.
Vermeng intussen de bloem met de Panir en kneed ze goed door elkaar.
Vorm van dit mengsel balletjes ter grootte van een walnoot en druk die
plat tot ± 1 cm dikke pasteitjes.
Pocheer die in gedeelten 1-2 minuten in de zacht kokend suikerstroop tot
ze vast zijn geworden.
Keer ze voorzichtig om en pocheer ze nog 1 minuut.
Schep de pasteitjes met een schuimspaan uit de pan, leg ze op een
serveerschaal en schenk er de roomsaus en de rest van de suikerstroop
over.
Dek de schaal af en laat het gerecht in 6-8 uur goed afkoelen.
Strooi er vlak voor het serveren de fijngehakte pistachenoten over, en
versier met het zilverblad.

Noot: Aan dit Indiase dessert is een Californisch tintje gegeven:
geraspte
sinaasappelschil. Als u de klassieke Indiase smaak prefereert, kunt u in
plaats daarvan kardemom, saffraan of rozewater toevoegen.