Pappadums

(± 20 stuks)

500 gr rode linzen of linzenmeel (urhad)
4 1/2 theelepel zout
1 eetlepel bakpoeder
2 1/2 dl lauw water
± 50 gr ghee
2 theelepels zwarte peperkorrels
plantaardige olie om te bakken

Maal hele linzen tot fijn meel in een blender of keukenmachine. Zeef het
meel met zout en bakpoeder in een kom en voeg het lauwe water geleidelijk
en al roerend toe tot een zeer stevig deeg is verkregen.
Laat de ghee zachtjes smelten. Kneed het deeg minstens 20 minuten;
bedruppel het met voldoende gesmolten ghee, zodat het deeg niet aan de kom
plakt. Kneus de peperkorrels, strooi ze over het deeg en kneed ze
gelijkmatig erdoor.
Verdeel het deeg in 20 stukken ter grootte van een golfbal. Rol elk stuk
zeer dun uit tot een cirkel van 15 cm. Stapel ze op elkaar met velletjes
bakpapier ertussen. Droog ze 2-2 1/2 uur iets in een op 180 °C
voorverwarmde oven. Bewaar ze luchtdicht, zo zijn ze nog enkele weken
houdbaar.

Pappadums bakken: giet 3 cm olie in een diepe koekenpan met dikke bodem.
Verhit flink tot een stukje pappadum erin meteen gaat sissen en drijven.
Bak de pappadums per twee in de hete olie; draai ze 5-10 seconden met
behulp van een schuimspaan en een bakspaan. Keer ze om en bak nog 5-10
seconden. Til ze uit de pan, laat ze erboven even uitdruipen en zet ze
schuin achter elkaar weg (als in een toostrek) op een warme plaats om
verder uit te druipen.
Serveer pappadums liefst binnen het uur; u kunt ze echter weer knapperig
maken in een hete oven.

Noot: Vrijwel alle Pappadums die men in het Westen eet, zijn uit India
geïmporteerd. Goede zijn namelijk buitengewoon lastig te maken en de
import is niet duur. Als u het echter zelf eens wilt proberen, dan is het
bovenstaande recept snel en ongecompliceerd.