Polak Puri

(12 stuks)

100 gr jonge spinazie
175 gr volkorenmeel
± 1 theelepel zout
1 theelepel fijngeraspte verse gemberwortel
1 1/2 eetlepel ghee (geklaarde boter) en (zonnebloem)olie

Spoel de spinazie enkele malen in ruim koud water en maak hem volkomen
droog (slacentrifuge). Hak, maal of snijd de spinazie zo fijn mogelijk
(het beste resultaat verkrijgt u bij gebruik van een foodprocessor).
Voeg aan de spinaziepuree het volkorenmeel, zout, de gemberwortel, ghee en
3-4 eetlepels lauw water toe.
Maak er snel een soepel en stevig deeg van.
Kneed het deeg nog even na met de handen en vorm er een bal van.
Verpak de deegbal in plastic folie en laat hem tenminste 1 uur op een
koele plek (groentela van koelkast) rusten.
Vorm hierna van het deeg 12 balletjes. Rol de balletjes op een met wat
bloem bestoven werkvlak uit tot ronde lapjes met een dikte van 3/4 cm.
Bak de puri in hete olie (170 °C) in ± 3 minuten goudbruin.
Keer de puri na 1 minuut om.
Wanneer u tijdens het bakken kokende olie over de koekjes schenkt, zullen
ze fraai opzwellen.
Laat de gebakken puri voor het opdienen even op een stuk keukenpapier
uitlekken.

Noot: Een pittig broodkoekje dat geldt als een specialiteit van de
westkust van India en die van Gujarat in het bijzonder.